Faalangst

Tom is boos

Met zijn gezicht op onweer sloft Tom mijn werkkamer binnen. Zijn tas sleept hij aan één hengsel over de grond achter zich aan. Met een diepe zucht ploft hij in de stoel tegenover mij.

“Kopje thee doen dan maar?”
“Met een een beetje melk..”

Ik geef hem een bemoedigend klopje op zijn schouder als ik langs hem loop op weg naar de keuken.

Faalangst

Tom is 10 jaar. Hij is slim, erg gevoelig, onzeker en hij heeft last van faalangst. Vooral bij geschiedenis repetities gaat het fout. Thuis, als zijn moeder hem overhoort, weet hij alles. Op school, als het repetitieblaadje voor zijn neus ligt, weet hij niets meer.

Vandaag had hij een repetitie geschiedenis.. Het duurt even voordat hij vertelt hoe het ging. Hij was een beetje zenuwachtig, maar niet zo erg. Tot hij op school was en de blaadjes werden uitgedeeld. Hij kon geen enkele vraag beantwoorden. En tot overmaat van ramp is Sofie, op hij wie hij al ‘zijn hele leven’ verliefd is, verliefd op Job..

“Ik wist helemaal niks meer! Hoe kan dat nou? En die stomme Sofie..” briest hij.

Boos of bang?

Tom is niet zo’n prater. Het duurt vaak even voordat hij zegt wat hij echt denkt en voelt. Ik ben hier bij hem al vaker tegenaan gelopen. Vorige week schreef ik een gedicht voor een jongetje van vijf met de boodschap dat hij helemaal goed is zoals hij is. Tijdens het schrijven hiervan bedacht ik me dat een gedicht over faalangst misschien wel een mooie ingang zou zijn om dit onderwerp met Tom bespreekbaar te maken.

Tom neemt kleine slokjes van zijn thee en wordt rustiger. Ik pak het gedicht dat ik eergisteren voor hem schreef.

“Ik heb iets geschreven en ik ben erg benieuwd wat jij ervan vindt. Vind je het goed als ik het aan je voorlees?”

“Ja hoor,” zegt Tom. Ik hoor aan zijn stem dat hij nieuwsgierig is.

Ik lees het gedicht rustig voor:

Iedereen houdt van mij

We gaan vandaag iets leren
Juf staat al voor de klas
Op het bord staan rare tekens
Ik wou dat het al strakjes was

Wat als ik het niet goed
Of het helemaal niet kan
Wat denken pap en juf 
En al die anderen daarvan?

Ben ik dan nog lief
Houden ze nog van mij
Of is het dan genoeg geweest
En hoor ik nergens echt meer bij

...

(Het hele gedicht staat in Het Grote Gedichtenboek voor Bijzondere Kinderen)

Na het voorlezen stel ik Tom de vragen die ik heb voorbereid. Het is een eenvoudig stappenplan, maar zeer doeltreffend. De laatste stap is gebaseerd op een vragenlijst uit mijn hypnotherapie opleidingsmap. Het doel van deze laatste stap is om de oorzaak van Toms faalangst te achterhalen, zodat ik weet waar we aan moeten gaan werken om dit probleem op te lossen. En dit lukt.

Ik stel vragen, Tom beantwoordt ze. Na het tweede kopje thee (en het derde chocolaatje..) wordt het ook voor Tom langzaam duidelijk dat achter zijn boosheid angst schuilt. Angst om het fout te doen, angst om niet goed genoeg te zijn. 

En het mooie is dat hij dit zelf zegt. Mijn laatste vraag beantwoordt hij met: “Ik ben altijd bang dat ik het fout doe.”

En daar is de negatieve overtuiging die ten grondslag ligt aan zijn faalangst. Aan de hand van een andere vragenlijst (ook afkomstig uit mijn hypnotherapie opleidingsmap) bepalen we samen het doel van dit coachingstraject en maak ik een plan van aanpak.

Ik zet de tools in waar ik het liefste mee werk:

  • EFT (Emotional Freedom Techniques),
  • ontspanningsoefeningen,
  • de leerstof
  • en er is een nieuwe ‘tool’ bijgekomen: het gedicht.

Na een paar weken komt Tom met een glimlach van oor tot oor mijn werkkamer ingestormd. Met zijn tas nog op zijn rug en half struikelend over het matje dat bij de deur ligt, roept hij: “Ik hoefde maar één keer te zuchten en toen was het weg!! Ik wist alles!”

Mission accomplished. 😉

Als je graag met verhalen en metaforen werkt, mijn ervaring is dat dit vaak het denken ‘passeert’ en daardoor recht naar het hart en het onbewuste gaat, is Het Grote Gedichtenboek voor Bijzondere Kinderen wellicht iets voor je.

De thema’s van de gedichten in het boek variëren van faalangst, onzekerheid, hooggevoeligheid, opkomen voor jezelf tot adhd, je hart volgen, je anders voelen, enzovoort.

Download hier 2 gedichten en het overzicht van de gedichten en de thema's uit Het Gerote Gedichtenboek voor Bijzondere Kinderen en de gebruiksaanwijzing >>>

 

Meer informatie over faalangst

Faalangst is een vorm van angst die optreedt als er een taak moet worden uitgevoerd.Het moment dat er gepresteerd moet worden kan in allerlei situaties zijn. Er zijn drie vormen van faalangst:

  • Cognitieve faalangst,
  • Sociale faalangst,
  • Motorische faalangst.

Cognitieve faalangst

Cognitieve faalangst heeft te maken met het (schoolse) leren. Het gaat hier om:

  • Het reproduceren van kennis,
  • Het toepassen van vaardigheden,
  • Het kunnen leggen van verbanden.

Wanneer

De aanbieding van nieuwe lesstof kan al angst oproepen. De vrees het niet te zullen snappen verlamt de aandacht. Nog vaker kom het voor bij toetsen, repetities en spreekbeurten. Het kind is bang voor een negatieve beoordeling over de prestatie.

Soms beginnen kinderen met cognitieve faalangst niet eens aan de voorbereiding van een repetitie. Ze denken dat het toch wel weer fout zal gaan.

Het andere uiterste is dat een repetitie zo goed wordt geleerd dat er voor andere dingen, zoals een ontspannend potje voetbal, geen tijd is. Het leven wordt dan in beslag genomen door school.

Bij een mondelinge toets of opdracht klappen deze kinderen snel dicht. Vaak zijn ze onrustig tijdens een repetitie en hebben dagen voor hun spreekbeurt of repetitie buikpijn of hoofdpijn.

Cognitieve faalangst komt niet alleen op scholen voor, maar bijvoorbeeld ook bij het afleggen van het theoretisch verkeersexamen. In deze situatie moet ook gepresteerd worden. De geleerde kennis moet gereproduceerd en toegepast worden.

Gedrag van faalangstige kinderen

Kinderen met cognitieve faalangst kun je herkennen aan de volgende gedragskenmerken:

  • Ze maken erg lang huiswerk,
  • Ze klappen dicht bij een mondelinge opdracht,
  • Ze stampen hun huiswerk,
  • Ze zijn onrustig bij repetities,
  • Ze verliezen hun concentratie bij repetities,
  • Ze zeggen dat ze het niet kunnen,
  • Ze zeggen dat ze niets verwachten,
  • Ze maken zich zorgen over de toekomst,
  • Ze hebben een negatief zelfbeeld,
  • Ze denken vaak dat ze de enige zijn,
  • Ze willen mislukkingen voorkomen, door bijvoorbeeld een heel makkelijke opdracht te doen of juist een heel moeilijke (bij een te moeilijke taak is het niet erg als dit niet lukt).

Mijn kind heeft cognitieve faalangst, wat nu?

Leer je kind ontspannen! Dit is de allereerste stap om zenuwen en angst de baas te worden. 

 

Sociale faalangst

Zijn spreekbeurten, kringgesprekken een ramp voor je kind? 

Dan heeft je kind misschien last van sociale faalangst..

Sociale faalangst is een angst die ontstaat wanneer een sociale opdracht uitgevoerd moet worden. Zowel kinderen als volwassenen kunnen hier last van hebben. Ze zijn bang afgewezen of negatief beoordeeld te worden door een groep die voor hen belangrijk is.

Denk bijvoorbeeld aan een kringgesprek waarin ieder kind een mening moet geven over een onderwerp.

In bijna iedere groep zitten kinderen die zo'n kringgesprek een ramp vinden. Ze zitten onrustig op hun stoel, friemelen aan hun kleding en proberen de ogen van de leerkracht te vermijden in de hoop geen beurt te krijgen.

Als ze dan toch aangewezen worden en iets moeten vertellen, komen deze kinderen vaak moeilijk uit hun woorden en letten ze vooral op de reacties van anderen.

Andere momenten waarop sociale faalangst op kan treden zijn bijvoorbeeld:

  • Tijdens het geven van een spreekbeurt,
  • Tijdens een muziekuitvoering,
  • Bij het ontmoeten van onbekenden,
  • In een gewoon gesprek,
  • In de omgang met een bepaald persoon.

Haast iedereen vindt het fijn om ergens bij te horen. Ook kinderen die nog niet in de gelegenheid zijn geweest hun sociale vaardigheden goed te ontwikkelen en kinderen die gewoon niet zo goed zijn in 'sociale vaardigheid'. Stel deze kinderen altijd op hun gemak en zeg dat ze altijd helemaal goed zijn zoals ze zijn! Hierdoor zullen ze wat meer ontspannen en lukt iets misschien wel! (En zo niet dan is dit natuurlijk helemaal niet erg!)

Stress

Situaties waarin sociale faalangst optreedt, zijn stresserend en zorgen ervoor dat het vecht- of vluchtmechanisme wordt geactiveerd: het hart gaat sneller kloppen, het zweet breekt uit, spieren spannen zich. Kortom: je lichaam maakt zich klaar om te vechten, vluchten of bevriezen.

Het is dan heel moeilijk om na te denken en je 'sociale' bezigheid goed af te ronden.. In stresserende situaties, die geen gevaar voor je leven zijn, is het van het grootste belang om te ontspannen. Hierdoor stopt o.a de aanmaak van adrenaline en kun je beter nadenken waardoor de kans dat een opdracht slaagt veel groter wordt.

6 kenmerken van sociale faalangst zijn:

  1. Agressief, brutaal gedrag,
  2. Clownesk gedrag,
  3. Druk, nerveus, onrustig gedrag,
  4. Stil en teruggetrokken gedrag,
  5. Onredelijk gedrag,
  6. Onverwacht gedrag.

Kinderen kunnen zich in bepaalde situaties anders gaan gedragen om te verbergen dat ze iets niet weten. Maar niet elk gedrag is eenduidig te verklaren. Een stil, teruggetrokken kind kan bijvoorbeeld last hebben van sociale faalangst, maar het kan ook zijn dat dit kind leerproblemen heeft of zelfs mishandeld wordt.. Onderzoek goed, of laat onderzoeken, wat de oorzaak van bepaald gedrag van een kind kan zijn.

 

Motorische faalangst

Bang zijn om fouten te maken bij het uitvoeren van lichamelijke opdrachten, noemen we motorische faalangst. Deze angst kan voorkomen bij:

  • Sporten,
  • Tekenen,
  • Handvaardigheid,
  • Het repareren van een auto,
  • Koken,
  • Enzovoort.

De angst voor het mislukken, zorgt voor een verkrampte houding.

Combinatie van faalangst

Cognitieve faalangst, sociale faalangst en motorische faalangst kunnen in combinatie met elkaar voorkomen. Bijvoorbeeld:

Het is druk bij de groenteboer. Annemiek vindt alle ogen die op haar gericht zijn maar niets. Ze blokkeert en komt niet meer uit haar woorden (sociale faalangst). Ze vergeet hoe de groente heet die ze nodig heeft (cognitieve faalangst). Dit maakt haar zo gespannen dat ze struikelt bij het weglopen (motorische faalangst).

Definitie faalangst

Na alle informatie in voorgaande artikelen (over reële en irreële angst, cognitieve faalangst, sociale faalangst) en in dit artikel citeer ik de volgende definitie:

"Faalangst is een problematische vorm van angst als toestand die zich op cognitief, sociaal en/of motorisch gebied voordoet bij het leveren van (school)prestaties. De concentratie op een mogelijke mislukking blokkeert de aanwezige kennis en vaardigheden." (Nieuwenbroek, Ruigrok en de Vries, 1996 en Nieuwenbroek en Ter Beek, 1999)

Ik denk dat faalangst als probleem wordt onderschat. Vaak wordt gedacht dat moed inspreken een kind over zijn angst heen helpt, terwijl deskundige hulp in de meeste gevallen nodig is.

 

Oorzaken van faalangst

Faalangst veroorzaakt door onuitvoerbare opdrachten

Kinderen krijgen tijdens hun opvoeding ontelbare opdrachten. Ze proberen deze uit te voeren omdat ze het fijn vinden aardig, goed en lief gevonden te worden.

Makkelijk toch, gewoon doen wat er van je gevraagd wordt? In veel gevallen kan dit ook: ruim je kamer op, ga even een brood halen, was je handen, help met de afwas, enzovoort.
Van deze, niet altijd even leuke taken, kun je achteraf zeggen of je hem goed hebt uitgevoerd.

Maar wat moet je met opdrachten waarvan het  helemaal niet zo makkelijk is te controleren of ze goed zijn uitgevoerd? Neem bijvoorbeeld de opdrachten: doe je best, werk eens door, flink zijn hoor. Als kind vraag je je af wanneer je dan je best doet, doorwerkt en flink bent.

Vaak vullen kinderen de opdrachten zelf in of doen hun opvoeders dat. Je bent flink als je zonder zwembandjes in het diepe durft. Je hebt je best gedaan als je geen onvoldoendes op je rapport hebt. Je werkt door als je over tien minuten klaar bent met de opdracht.

Een kind wordt onzeker en krijgt meer last van faalangst naarmate de invulling van de opdracht onduidelijker wordt. Het is dan niet te controleren of de opdracht gelukt is of dat het kind gefaald heeft.

Nieuwenbroek noemt vijf onuitvoerbare opdrachten die mensen uit hun jeugd meenemen:

1. Doe je best

Iemand die deze opdracht krijgt, zal in moeilijke situaties heel hard werken. Het resultaat is vaak minder belangrijk dan de inspanning. En omdat het resultaat er niet zo toe doet is het moeilijk na te gaan of je geslaagd bent of gefaald hebt.

Als een kind een goed resultaat haalt zonder veel inspanning, is hij vaak niet tevreden. En als het resultaat na hard werken tegenvalt, blijft er een gevoel van falen. Het kind kan zich afvragen waarom hij zich zo heeft ingezet.

2. Doe me een plezier

Bij deze opdracht moet je anderen tevreden stellen. Het is onmogelijk iedereen het naar de zin te maken zonder jezelf weg te cijferen. Iemand die aan deze opdracht wil voldoen, heeft vaak last van sociale faalangst. Logisch, want het is een onuitvoerbare opdracht.

3. Wees sterk

Mensen die deze opdracht hebben meegekregen, laten zelfs onder de grootste druk geen emotie zien. Als ze spanning voelen, verbergen ze deze achter een strakke en serieuze blik. Zo lijkt het of ze onder grote spanning nergens last van hebben en helemaal ontspannen zijn.

In spannende situaties zijn deze mensen haast alleen bezig om hun emoties maar niet te laten zien. Het beetje denkvermogen dat er nog is onder stress gebruiken ze hiervoor.

Toch komt spanning er een keer uit. Vaak gebeurt dit op een moment dat het niet uitkomt en op een manier die je liever niet wilt. Bijvoorbeeld door hoofdpijn of ruzie.

Het gevoel van falen kan weer boven komen.

4. Schiet op

Mensen die altijd haast hebben, komen nooit ergens aan toe. Ze zijn altijd onderweg naar een volgende opdracht. Doordat ze alles snel willen doen, maken ze veel fouten en komen ze niet aan rust toe.

De meeste spanning bij een nieuwe opdracht, wordt veroorzaakt door de vraag of ze de opdracht wel op tijd af zullen hebben. Ze beleven geen plezier aan een opdracht die af is, omdat ze net weer te laat aan een nieuwe opdracht beginnen.

5. Wees perfect

Opvoeders die hun kinderen deze opdracht geven, willen dat hun kinderen perfect zijn. Ze worden gewezen op ieder foutje. Het is voor deze kinderen moeilijk om aan een beetje serieuze opdracht te beginnen. Het is bijna onmogelijk deze zonder fouten uit te voeren.

Als ze de opdracht dan toch echt moeten doen, zijn ze heel erg zenuwachtig. Ze weten dat het weer niet helemaal goed zal gaan.

(Bron: Nieuwenbroek, A., 1993, Mislukken mag! Over faalangst bij kinderen, 's-Hertogenbosch.)

 

Faalangst door negatieve feedback

Wist je dat faalangst bij kinderen veroorzaakt kan worden door negatieve opmerkingen te maken over hun prestaties? En als een kind dan ook nog aanleg heeft om faalangst te ontwikkelen én de omgeving niet meewerkt..

Aanleg faalangst

Bij de geboorte liggen al veel van de eigenschappen van mensen vast: of iemand muzikaal is, goed kan sporten, goed kan leren of heel handig is. Ook ligt voor een deel vast of iemand snel angstig is of juist niet.

Heel belangrijk voor de ontwikkeling van deze factoren zijn de invloeden van buitenaf.

  • Krijgt een kind de gelegenheid om muzikale of sportieve eigenschappen te ontwikkelen?
  • Is er de mogelijkheid om verder te studeren of een beroepsopleiding te volgen?
  • Mag iemand doen wat hij wil of wordt hij tegengehouden door z'n ouders, familie of vrienden?
  • Hoe wordt gereageerd op angst door mensen uit de omgeving?

Ondanks dat een kind bij zijn/haar geboorte al veel in zich heeft, zijn er nog andere zaken die een rol spelen.

Negatieve feedback

Door mislukken en falen kun je aan jezelf gaan twijfelen. Vooral de manier waarop de omgeving reageert op die mislukkingen veroorzaakt faalangst. Negatieve omgevingsreacties benadrukken het mislukken en het falen. Hierdoor wordt het gevoel van faalangst versterkt. Het is moeilijk om negatieve kritiek te verwerken.

Het valt op dat in de omgeving van faalangstigen veel negatieve opmerkingen worden gemaakt. Dit kan voorkomen in het gezin en ook op de voetbalclub, enzovoort.

Bijvoorbeeld:

Mireille heeft haar rapport gekregen en ze is er trots op. Ze heeft een zes voor aardrijkskunde. De rest zijn zevens en achten en voor geschiedenis en tekenen heeft ze zelfs een negen. Blij komt ze thuis en laat haar rapport met een glimlach aan haar ouders zien. Die reageren niet zoals ze had verwacht: "Jammer van die zes, kan dat de volgende keer ook een zeven of een acht worden?" Mireille zegt dat ze haar best zal doen en slentert vervolgens de trap op naar haar kamer.

In sommige gezinnen worden, vaak onbewust, alleen negatieve opmerkingen gegeven over alles wat niet bevalt.

  • "Heb je nu weer je jas laten slingeren?"
  • "Je hebt geknoeid, nu moet het tafelkleed weer in de was."
  • "Een zes voor rekenen.. nou dat is net voldoende.. volgende keer beter je best doen."

Complimenten blijven achterwege. In deze situatie krijgt de kritiek op elkaar de overhand. Kinderen die hier van jongs af aan mee te maken hebben en gevoelig zijn voor faalangst, krijgen ook vaak last van faalangst.

Faalangst en school

De school is een plek waar prestaties geleverd moeten worden. Deze prestaties worden beoordeeld door leerkrachten en de kinderen zelf. Een plaats waar faalangst dus heel goed geactiveerd kan worden.

Vaak is hier de aandacht voor wat niet gelukt is groter dan voor wat wel gelukt is.

 

Faalangst door cultuurverschillen

Iedere cultuur heeft zijn eigen normen en waarden. Hoe men met elkaar omgaat en de afspraken die daarover gemaakt zijn verschillen van land tot land en van regio tot regio. Sommige afspraken zijn vastgelegd. Veel regels en afspraken zijn niet duidelijk omschreven.

In onze samenleving hebben we met veel verschillende culturen te maken. Toch hanteren we vaak alleen de regels en afspraken die voor de Nederlands cultuur gelden.

We vinden het belangrijk dat:

  • Gevoelens goed onder woorden gebracht kunnen worden,
  • De individualiteit van  mensen wordt benadrukt,
  • Er in de verhouding tussen volwassene en kind gelijkheid is.

Dit geldt niet voor de meeste allochtone gezinnen. In deze gezinnen wordt meestal niet over gevoelens gepraat, is er een duidelijk verschil in de rolverdeling tussen volwassene en kind en is het beter als je als individu niet teveel opvalt.

De kinderen uit allochtone gezinnen zitten op een Nederlands school waar de Nederlandse normen en waarden gelden. Op school willen deze kinderen bij hun klasgenootjes en de leerkracht horen en thuis moeten ze zich weer aanpassen aan de normen en waarden die daar gelden.

Deze kinderen hebben een dubbele rol die onmogelijk perfect is uit te voeren. Ze doen het nooit helemaal goed. Dit kan faalangst opwekken.

Kinderen uit allochtone gezinnen vinden het meestal niet fijn om individueel benaderd te worden. Als dit wel nodig is, kan dit het beste zo onopvallend mogelijk gedaan worden.

Ook willen deze kinderen meestal niet teveel opvallen. Het is beter om een compliment aan een groepje te geven dan aan één kind.

Faalangst door sterke prestatiegerichtheid en loyaliteit

Veel faalangstige kinderen komen uit gezinnen en zitten in groepen waarvan de ouders en leerkrachten er alles aan doen om het onderste uit de kan te halen. Ze hebben alles voor hun kinderen over en willen dat zij de beste prestaties leveren.

Dit streven naar perfectionisme en sterke prestatiegerichtheid legt een grote druk op de kinderen. In zo'n klimaat is mislukken bijna onmogelijk. Alles moet goed gaan, mislukken mag niet.

Bijna dagelijks kom je in situaties waar dingen niet lukken of maar gedeeltelijk lukken. In een gezin of een groep zoals hierboven beschreven kan dat niet.

Voor de kinderen die aanleg hebben voor faalangst is dit een faalangstoproepend pedagogisch klimaat. Dit klimaat versterkt de faalangst doordat mislukken niet mag. En versterkte faalangst leidt weer tot een grotere kans op mislukken..

De afgelopen week heeft Sanne samen met haar vader iedere avond sommen gemaakt en besproken. Toch is ze heel zenuwachtig voor de repetitie die ze straks moet maken. Sanne is bang dat het haar niet zal lukken. Haar vader zal het niet leuk vinden als ze een zes of lager haalt na al die moeite die hij heeft gedaan. Misschien moet ze de volgende keer nog meer en beter oefenen.

Loyaliteit

Ouders komen voor hun kinderen op en kinderen komen voor hun ouders op. Deze verbondenheid gaat soms zo ver dat het nadelig kan zijn. Een kind identificeert zich met de eigenschappen van zijn ouders, ook met de minder goede eigenschappen. En neemt gedrag over.

Door naar uitspraken te luisteren als: "Een examen vond ik vroeger altijd het ergste wat er was, " en gedrag waar te nemen kan een kind merken dat één of  beide ouders last heeft van faalangst.

Achmed staat met zijn moeder bij de bakker. Ze staan al een tijdje te wachten en zijn blij als ze bijna aan de beurt zijn. Als de moeder van Achmed op het punt staat te zeggen wat ze nodig heeft, komt er een mevrouw de winkel binnen die zich naar voren dringt en voor haar beurt twee broden besteld. Achmeds moeder zegt niets en wordt rood.

Het zal voor Achmed moeilijk zijn om een volgende keer in dezelfde situatie wel te laten merken dat hij niet gediend is van mensen die zomaar voor hun beurt een bestelling plaatsen. Achmed neemt de faalangst van zijn moeder over.

Deze onbewuste vorm van verbondenheid levert bij de ouder vaak tegenstrijdige gevoelens op. Aan de ene kant wil de ouder niet dat het kind hetzelfde probleem heeft als hij, maar aan de andere kant levert het een gevoel van verbondenheid op als het kind en de ouder hetzelfde probleem hebben.

Faalangstbegeleiding heeft dus vaak alleen zin als het kind samen met de betreffende ouder wordt begeleid.

Bronnen:

  • Nieuwenbroek, A., Ruigrok, J., De Vries, J., 1996, Faalangst op school, Houten.
  • Nieuwenbroek, A., 1993, Mislukken mag! Over faalangst bij kinderen, 's-Hertogenbosch.
  • Nieuwenbroek, A., Ruigrok, J., 1996, Faalangst de baas, Utrecht.
  • Brakenhof, J., Homminga, S., 1995, Ontwikkelingspsychologie voor het onderwijs, derde druk, Groningen.
  • Claessen, J.F.M., e.a., 1996, Basiscursus sociale wetenschappen, Voortijdig schoolverlaten vanuit psychologisch perspectief (Open Universiteit, cursusdeel 2, blok 2), achtste druk, Heerlen.
  • Nieuwenbroek, A., Beek, A. ter,  1999, Faalangst aan de start. Handleiding voor de basisschool, ’s-Hertogenbosch.)
© 2016 - 2021 Helende gedichten | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel
Ook een eigen gratis shop?